De school van Nina

Hoe combineert deze generatie gymnasten hun studies met topsport?

Door Noah Demaret, Brent Jolie en Morgane Lemiengre

De topsporters van morgen gaan nu naar school. Velen van onze toekomstige atleten, gymnasten en voetballers dromen niet alleen over hun profcarrière, maar zijn daar nu al intensief mee bezig. De voorbereiding op een topsportbestaan vergt natuurlijk veel voorbereiding, maar er moet ook nog naar school gegaan worden. Hoe streven deze talenten hun droom na zonder de weg naar een secundair diploma te verwaarlozen?



Het is 22 april 2017.

De spanning is te snijden in het Sala Polivalenta in het Roemeense Cluj. Een zeventienjarige gymnaste uit Sint-Truiden staat klaar voor haar finale op de brug met ongelijke leggers. Even later krijgt ze haar punten van de jury. 14633 punten. Dat is voldoende voor de eerste Belgische gouden medaille ooit op een EK turnen. Een historische prestatie van de turnster.

Haar naam is Nina Derwael.



Wie is Nina Derwael?

PORTRET


Vijftien jaar voor deze schitterende prestatie wil de kleine Nina beginnen turnen. Al snel blijkt dat ze talent heeft. Het begin van een leven dat in het teken van gymnastiek zal staan. Ze combineert haar trainingen met de basisschool tot ze in het zesde leerjaar het aanbod krijgt om aan de Topsportschool in Gent te beginnen. Daar kan ze haar trainingen professionaliseren en schoolwerk combineren met het hoge aantal uren training, die noodzakelijk zijn om het te kunnen maken in de turnwereld. 

(C) Instagram: @ninaderwael – Nina en haar trainster vieren de goede prestatie.

“Het zijn soms zware en lange dagen, maar ik zou het niet anders gewild hebben”

Noah Kuavita, alumnus van de Topsportrichting aan de Voskenslaan

(C) Instagram: @ninaderwael – “Hoe het allemaal begon”

De school waar ze aan haar topsportavontuur begint, het Atheneum Voskenslaan, zag lang voor Nina haar aankomst al verschillende bekende topsporters passeren zoals Aagje Vanwalleghem, Jasper De Buyst en Laurens De Bock. Sinds 1998 biedt de school leerlingen de mogelijkheid om te trainen op topsportniveau en een diploma secundair onderwijs te halen. Het topsportschoolverhaal begint met een samenwerking met de gymnastiek- en atletiekfederatie (1998), en later volgen ook de voetbal-(2002), wielrennen-(2002), en schermfederatie (2007). In juni 2018 studeert Nina Derwael af en sluit ze een mooie periode aan de Voskenslaan af met een gouden EK-medaille, een bronzen WK-medaille en een deelname aan de Olympische Spelen 2016 in Rio. Naast haar diploma secundair onderwijs krijgt ze dat jaar ook het Vlaams sportjuweel, de Nationale Trofee voor Sportverdienste, Sportvrouw van het jaar en de Vlaamse Reus (voor de tweede keer op een rij). 

Leven als topsportstudent


Noah Kuavita (20) uit Antwerpen is ook zo’n alumnus van de Topsportrichting aan de Voskenslaan. Hij begon op zijn zesde met turnen en sloot zich al snel aan bij een club. In het vierde leerjaar ging Noah naar de Gentse school, waar hij tot zijn zesde middelbaar aan topsport deed. “De school begeleidde ons goed. We kregen minder les en kregen zo de kans om onze trainingen te volgen. Natuurlijk moesten wij ook net als iedereen huiswerk maken, maar daar werden we goed bij ondersteund door de leerkrachten. We maakten gebruik van een elektronisch leerplatform genaamd Smartschool, waarop we ’s avonds laat de leerkrachten nog konden bereiken met eventuele vragen over de leerstof.” De leerkrachten hielpen niet alleen online, maar ook na de schooluren begeleidden ze de topsportleerlingen. “We konden zelf bijlessen aanvragen en dan kwamen die leerkrachten naar ons internaat om die te geven. Soms gingen we een week op stage en dat resulteerde in een week achterstand op de rest, daarom kregen we verschillende taken mee en die bijlessen waren handig als extra ondersteuning”, vertelt Noah.

Sarah Heirwegh, Coördinator voor de Topsportrichting van de Voskenslaan, beaamt het belang van  een goede planning. “De gymnasten in onze topsportschool zitten snel aan 20 à 25 uren training per week. Bij hen kan er dus niet snel gesproken worden over taken of toetsen tegen met een snelle deadline. Wij kijken samen met de leerlingen en hun trainers op welke dag ze trainingen of wedstrijden hebben. In functie daarvan proberen we in onderling overleg een goede agenda op te stellen zodat de leerlingen een goed zicht hebben wanneer ze bijvoorbeeld anderhalf uur de tijd hebben om te studeren. Uiteraard heeft de school hier ook regels over en proberen wij hun drukke trainingsschema zo goed mogelijk te combineren met hun schoolwerk.”


(C) Morgane Lemiengre – Noah Kuavita aan de brug.

“Tijdens internationale wedstrijden ligt de focus op het topsportgedeelte, niet op school”

Sarah Heirwegh, Coördinator voor de Topsportrichting van de Voskenslaan


Naast de drukke trainingsschema’s kampen de turners en turnsters met een ander struikelblok. Tijdens een wedstrijd of een stage in het buitenland gaat er vaak een lesweek verloren, maar dat probeert de topsportschool ook te begeleiden. “Ook in dat geval zitten we lang op voorhand samen, om de leerling te vragen hoe hij of zij taken en toetsen die week zal verwerken.  Er wordt dan een planning op maat van elke leerling gemaakt. Wij kunnen niet verwachten dat iemand zoals Nina Derwael een halfuur voor haar finale een taak gaat maken. Tijdens internationale wedstrijden ligt de focus op het topsportgedeelte, niet op school. Via video’s van de lessen en alternatieve taken proberen we de leerling al een voorsprong te laten nemen op de leerstof”, vertelt Heirwegh.

(C) Brent Jolie / Noah Kuavita warmt op aan de brug als opwarming voor zijn dagelijkse training.

“De middelbare studies laten we volledig begeleiden door de Voskenslaan”, zegt Valerie Van Cauwenberghe, topsportcoördinator van Gymfederatie Vlaanderen. “Uiteraard staan wij in contact met hen, maar wij doen pas aan studie/trajectbegeleiding bij de overstap van het zesde middelbaar naar de hogeschool of universiteit. Wij bekijken dan met de student en de gekozen opleiding, in welke mate er examens kunnen verschuiven of groepen kunnen wisselen bij afwezigheden door wedstrijden en trainingen. Dat kunnen we dan in overleg goed op voorhand plannen.”


Mentale begeleiding

Het combineren van trainen op topsportniveau en schoolwerk vergt niet enkel fysieke inspanningen. Ook de mentale belasting is groot. De school probeert de leerlingen van dichtbij op te volgen, vertelt Heiwegh. “We staan in nauw contact met het internaat en de Gymfederatie. Indien er zich problemen voor doen, nemen wij contact op met de leerling om hierover samen te zitten. We gaan altijd eerst proberen te bekijken hoe we de leerling kunnen helpen om de combinatie te bolwerken. Indien de leerling er echt niet in slaagt om de prestatiedruk op school en in de sporthal te combineren, moet er worden ingegrepen, maar dat gebeurt gelukkig niet vaak.”

Bij Gymfederatie Vlaanderen wordt het mentale aspect zeer nauw opgevolgd. “Wij grijpen niet enkel in bij problemen. Onze gymnasten hebben vaak individuele sessies met onze psycholoog en om de zes weken zijn er groepssessies. Dit hoort bij de professionele omkadering van de jonge topsportstudenten, een structuur met voedingsdeskundige, osteopaten, kinesisten, dokters, enzovoort”, aldus Van Cauwenberghe.


Van topsportrichting naar topsportschool

Ondanks de goede begeleiding van de school, blijft de combinatie studeren en topsport zeer zwaar. De schooldagen van topsportleerlingen zoals Nina Derwael en Noah Kuavita waren goed gevuld. “Ik had training van half negen tot half elf, daarna ging ik met een busje van de training naar school voor vier lesuren om daarna opnieuw te trainen van kwart voor vier tot half zeven. Behalve Lichamelijke Opvoeding vielen er niet echt vakken weg in vergelijking met andere leerlingen. Ik had Wiskunde, Fysiologie, Economie, godsdienst, Frans, Nederlands etc. Het enige verschil was dat sommige twee-uursvakken bij ons één-uursvakken waren. Het zijn soms zware en lange dagen, maar ik zou het niet anders gewild hebben.”

De verplaatsing tussen de topsporthal en de school werd verholpen met de verhuis van de topsportrichting naar de Zuiderlaan in Gent, waar de topsporthal gelegen is. Waar de leerlingen vroeger met een bus de verplaatsing tussen de school en de topsporthal moesten maken, krijgen ze nu les op 50 meter van hun ‘habitat’. “Die verandering bespaart de leerlingen en leerkrachten veel tijd. Leerkrachten zitten nu vlakbij hun leerlingen en de leerlingen worden met hun vragen sneller geholpen”, aldus Heirwegh.

Valerie Van Cauwenberghe vindt de ‘verhuis’ van de topsportleerlingen een positieve evolutie. “Wij waren al twaalf jaar vragende partij om de leerlingen op een boogscheut van de topsporthal de lessen te laten volgen. In september was het eindelijk zo ver. Vroeger verloor je twee keer een kwartier, of meer bij file, met het busje. Nu kan je dagen inplannen waar ze eerst trainen, dan les volgen, dan weer trainen, weer les volgen en dan nog eens trainen. Dit heeft zowel positieve gevolgen voor hun schoolcarrière als voor hun topsportcarrière.”


Niet altijd een succesverhaal

Timna Lebon

Leven als een topsportstudent is niet altijd rozengeur en maneschijn. Timna Lebon (20) zat op de topsportschool van het 6deleerjaar tot het 4demiddelbaar. Daarna werkte ze haar middelbare studies af op het Sint-Bavohumaniora in Gent. “Ik stopte met topsport door een zware blessure. Ik had mijn kruisbanden, meniscussen en een ligament gescheurd. Door de blessure was ik een jaar uit en toen ik opnieuw wou beginnen met turnen, merkte ik dat ik nooit meer op niveau zou komen.” De blessure stelde haar voor een zware keuze. “Na een jaar proberen, besloten we dat het beter was om te stoppen. Het ging niet beter met mijn knie en ik wist dat ik de Olympische Spelen in Rio (2016) niet zou halen.”  

(C) Instagram: @timnalebon – Timna Lebon heeft een nieuwe uitdaging gevonden in haar studierichting Handelsingenieur aan de UGent.

Timna besloot om de topsportschool te verlaten en ze begon aan een nieuwe uitdaging op Sint-Bavo. Daar merkte ze duidelijk het verschil tussen het leven van een topsportstudent en een ‘normale’ student.” Voskenslaan hielp ons wel om de combinatie met topsport vlot te doorstaan. We kregen maar drie à vier examens en we kregen minder toetsen, maar dat zorgde ervoor dat ik een grote achterstand had op ‘normale’ leerlingen. Ik moest heel wat bijleren, omdat mijn basiskennis in Wiskunde, Frans, Chemie, enz. onder het niveau van mijn nieuwe klas lag. De topsportschool had ons verzekerd dat er geen enkel probleem zou zijn om na de secundaire studies aan de Universiteit te beginnen. Toch ben ik zeker dat ik nooit aan mijn studie Handelsingenieur aan de UGent had kunnen beginnen, zonder mijn laatste drie jaar op een gewone school door te brengen.”


De schaduwkant van de topsport

(C) Morgane Lemiengre – De meest genoemde redenen waarom topsportatleten een punt achter hun carrière zetten.

Topsporters stoppen om verschillende redenen. Sommigen omdat de resultaten niet meer zijn waar ze op gehoopt hadden, anderen noodgedwongen vanwege blessures. De fysieke fitheid van topsportatleten is een noodzaak. De manier waarop er wordt gefocust op het lichaam maakt sporters gevoelig voor eetproblemen of eetstoornissen. Aagje Vanwalleghem, ex-turnster die afstudeerde aan de Voskenslaan, gaf in De Rotonde bij Radio 2 toe dat ze tijdens haar turncarrière kampte met een eetstoornis. Een onaangepast voedingsschema in combinatie met overdreven prestatiedruk spelen daarbij een grote rol. Zeven jaar geleden zette ze een punt achter haar carrière zette, nu praat ze over de schaduwkant van haar sport. “Op een bepaald moment werden onze prestaties puur gelinkt aan ons gewicht”, zegt ze in De Rotonde. “Wij moesten soms vier keer per dag op de weegschaal gaan staan. In de ochtend wogen wij logischerwijs het minste. Na de training moesten wij terug op de weegschaal gaan staan, wij wogen toen altijd minder. Dat wil eigenlijk zeggen dat je te weinig gedronken hebt. Nadien gingen wij naar school, waar we ‘s middags ook aten. Voor onze tweede training moesten wij allemaal terug op de weegschaal gaan staan. Je was dan uiteraard iets zwaarder. Het kleinste kind begrijpt dat, maar onze trainers begrepen dat niet. Die riepen dan op ons. Als je toen ergens van af viel of er lukte een oefening niet, dan was dat door je gewicht. Zo creëer je uiteraard een probleem rond voeding.” (Bron: Radio2)

Als prestatiedruk bij sporters leidt tot stress, dan kan dit evolueren tot een eetprobleem of -stoornis. Sporters die moeten kampen in gewichtscategorieën of een sport beoefenen waarbij gewicht een belangrijk rol speelt zoals bij turnen, behoren tot de kwetsbare groep. Voor turners is het volgen van een voedingsschema een onderdeel van hun trainingsschema. “De manier waarop je iets aanbrengt is belangrijk. Als je zegt: We moeten eens samenzitten om te kijken of we je voedingspatroon eventueel kunnen bijsturen, dan is dat goed gekaderd. Jammer genoeg kregen we dikke koe of dergelijke te horen,” vertelt de ex-turnster. De rol van de trainer is cruciaal. Onderzoek van Sport Vlaanderen toont aan dat trainers het belang van voedingspatronen in trainingsschema’s inzien, maar te weinig kennis hebben van of bijgeschoold zijn op vlak van eetstoornissen. De gevolgen van een te streng dieet op de sportieve prestaties worden vaak onderschat. Vanwalleghem zag collega’s “daar echt aan onder door gaan”, en ijvert daarom voor een betere begeleiding, waar ook ouders nog meer in betrokken moeten worden. “Als je op hoog niveau sport, dan weet je als ouder vaak niet waar je kind mee bezig is. Je bent zo vaak weg met je trainer en de medische begeleiding, als ouder besef je te weinig wat er allemaal gaande is.” (Bron: Radio2)

In het geval van Aagje en Timna zien we dat slagen als topsporter niet vanzelfsprekend is. Naast de studies en de sportieve prestaties komen er nog andere aspecten bij, zoals blessures en eetstoornissen, die de combinatie studeren en topsport bemoeilijken.

“We kregen maar drie à vier examens en we kregen minder toetsen, maar dat zorgde ervoor dat ik een grote achterstand had op ‘normale’ leerlingen”

Timna Lebon, topsportstudent op de Voskenslaan van het 6de leerjaar tot het 4de middelbaar


Leerlingen met een topsportstatuut verschillen enorm van hun leeftijdsgenoten. Ze zijn minder op hun omgeving en sociale contacten gericht, maar vooral op hun eigen sportieve prestaties. Volgens een onderzoek van Stella Blom en Paul Duijvestijn voelen deze leerlingen niet vaak aansluiting bij medeleerlingen. Potentiële topsporters hebben het vaak lastig om de top te bereiken. Uit onderzoek bleek dat vooral voetballers tot een bepaalde risicogroep behoren om de top niet te bereiken. Dit valt niet meteen te weiten aan de combinatie tussen topsport en studies, maar eerder aan blessures, uiteindelijke andere interesses of niet goed genoeg bevonden worden. 

Om de topsporters van morgen goed te begeleiden, is het dus belangrijk om een goed evenwicht te vinden tussen school en sport. Gymfederatie Vlaanderen en de topsportschool in Gent, de Voskenslaan, bieden een doordacht programma aan. De toekomst van de Kuavita’s en Derwael’s ligt namelijk voor een deel in hun handen.

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag